Schilders staan bekend om hun excentrieke levenswijze. Losbandig, soms treurig, van alle soorten en maten. De één strooit zijn haat en onbegrepen gevoel uit op het canvas, de ander vindt er zijn rust - het een hoeft het ander niet uit te sluiten - en voor een kleine groep is het alleen een hobby.

In Gouda aan het omlooppad, tussen de kinderboerderijen en langs een meer staat het GouwePalet, een kunstateliertje met allerlei, door eigen leden gemaakte, schilderwerkjes. Van knutselwerkjes waar plaktechniek gebruikt is, tot aan het ambachtelijke, urenlange kwasten. Niets is een uitzondering in het atelier.

Om binnen te komen loop je eerst een roestige stalen trap op, die bij elke stap nagalmt. De deur staat op een kiertje, net genoeg om de buitenstaander te doen laten twijfelen om binnen te komen en net genoeg op een kier om oprecht geïnteresseerde personen te lokken. Er zitten zes mensen, ze klinken als doden – en als het gezegd mag worden – zo zien zij er ook uit. Niet omdat zij dat zijn, maar omdat de concentratie dat uit hen haalt.

Achterin zit een grijze man, Jan (63), die aan het schilderen is. Met trillende handen houdt hij zijn kwast vast, en zonder bril nodig te hebben, maakt hij de lucht op het canvas iets donkerder. Hij doorbreekt de stilte in het atelier voorzichtig, naarmate ik met meer bewondering naar zijn kunstwerk kijk, “Zie je? Er komt een storm aan”, legt hij uit.

Hij stopt plotseling met verven en staat op. Hij gaat voor kunstwerk staan wat op het strand lijkt. “Mooi he?”, zegt hij blij over het schilderij wat op een klassiek strandbeeld lijkt, met zand, water en een blauwe lucht. “Dat heeft een mevrouw geschilderd”, zegt hij en wijst naar de stukken hout op het zand richting de zee die op het canvas zitten gelijmd. De diepte naar het water toe is hierdoor goed te zien, een indrukwekkend staaltje dieptewerk van de kunstenares die hier aan heeft gezeten.

Jan loopt verder en wijst naar een kale man in het atelier. “Kijk daar eens”, dringt hij aan. De kale man tekent een aap met een hoed op, alle contrasten in het gezicht van de primaat zijn goed te zien, het is échte kunst, met passie gemaakt. Ze doen het niet voor niets zegt Jan: “We bereiden ons voor op de tentoonstelling eind juni in het Agnietenkapel”, vertelt hij met een glimlach.

Met diezelfde glimlach gaat hij weer zitten achter zijn schilderij, pakt trillend zijn kwast, dipt hem in donkerblauw en maakt zijn storm verder af. Om richting de tentoonstelling te waaien…