GOUDA – Voor de zevende keer organiseren Frans Meijer en Lambert Mutsaers het Popkoorweekend, waarin onervaren zangers op vrijdagavond verschillende popnummers instuderen en 48 uur later een show geven in het Cultuurhuis Garenspinnerij.

Het is een gure zaterdagavond en terwijl buiten de wind hard door de straten waait, is het binnen in het Cultuurhuis Garenspinnerij warm. De koorzangers lopen onrustig door de gangen, hier en daar wordt nog wat make-up opgedaan en bloesjes worden gladgestreken.

“Ik kwam eigenlijk toevallig langs het Cultuurhuis gelopen, omdat mijn auto hierachter geparkeerd staat en ik bedacht me dat ik zin had in iets cultureels. Ik heb geen idee wat ik moet verwachten,’ Iulian Caldararu komt uit Spanje en werkt al een paar jaar in Rotterdam. “Ik vind het ook interessant om te zien hoe Nederlanders met cultuur omgaan, welke emoties kan je aflezen van het publiek en hoe de artiest met het publiek omgaat. Nederlandse artiesten zijn naar mijn mening veel meer introvert dan Spanjaarden.”

Het podium is een kleine zaal met een grote vleugel aan de zijkant, een ruimte wat meer weg heeft van een repetitieruimte dan een podium, maar het charmeert het koor. Het is een samenstelling van voornamelijk vrouwen van middelbare leeftijd en een viertal mannen. 48 uur geleden kenden de meeste mensen elkaar nog niet, veel van hen hebben zelfs nooit eerder voor publiek gezongen, “maar dat maakt helemaal niet uit,” lacht de dirigent van het popkoor, Frans Meijer. “Het is een muzikaal feestje, heel puur en de eenvoud is de kracht van het plezier. Het mooie van zingen is dat het verbindt. Alle stemmetjes die normaal gesproken overal over oordelen verstillen, je bent dan alleen met je stem en de mensen om je heen, dat is echt genieten.”

De show is niet zoals elke kooruitvoering, bij het opwarmen van de stemmen doen niet alleen de zangers mee, ook aan het publiek wordt gevraagd de stemmen op te warmen met wat stemoefeningen. Naast het koor staat een televisiescherm waar bij elk nummer die het koor ten gehore brengt het refrein in beeld komt zodat het publiek ook mee kan zingen. Tijdens het laatste nummer staat het koor met het publiek in een kring en wordt Leonard Cohen’s Hallelujah ingezet, met volle borst zingen zowel de zangers als de luisteraars mee.

“Ik vond het helemaal geweldig,” Dini Nuitermans-Adink zong mee in het koor, ze is met haar man voor het popkoorweekend uit Roosendaal overgekomen. “Het is zo bevrijdend! In Roosendaal zit ik bij een officieel koor, maar dat is heel anders, er zijn hier geen regels en er is geen bladmuziek, je kunt daarom van alles proberen.”

Het enthousiasme onder de zangers en de band die het koor begeleid is goed te merken, elk lid zingt met een grote glimlach op het gezicht en swingt mee op de maat van de muziek. Ook Brigitte Hoogstraten is enthousiast: “ik zing al voor de tweede keer mee, vorige keer beviel zo goed, ik dacht meteen: Ik wil weer!”

Lambert Mutsaers is samen met Frans Meijer de organisator van het Popkoorweekend. “Normaal gesproken organiseren we twee keer per jaar een Popkoorweekend, één keer in Gouda en één keer in Zeewolde. Dat is de afgelopen jaren zo’n succes gebleken dat we hebben besloten om het over een half jaar nóg een keer te organiseren, dan doen we het dus vier keer per jaar!”

Op 18 december staan Meijer en Mutsaers op Amsterdam Centraal rond de stationspiano, omdat het bijna kerst is. Om drie uur zingen ze een half uur lang samen met iedereen die daar zin in heeft en nemen ze je mee in de muzikale kerstwereld.