Robert Soeterbroek (42) is hoofdtrainer en voorzitter bij de Bodegraafse boksschool. Onze redactie zocht hem afgelopen maandag op tijdens een van de trainingen. Enthousiast vertelde hij over de boksschool die hij samen met enkele anderen al sinds 2011 leidt.

“Het maakt mij niet uit wie zich aanmeldt. Of het nou mannen, vrouwen, jongens of meisjes zijn. Het belangrijkste vind ik dat mensen hier komen met een bepaald doel. Sommige mensen komen hier om af te vallen, andere omdat ze iets zelfverzekerder willen worden of vanwege zelfverdediging. Als je gewoon komt om te sporten, is dat natuurlijk ook prima. Boksen is een hele fysieke sport en je kan dan ook tot het uiterste gaan. Er zijn genoeg mensen die dat doen. Het is voor ons het belangrijkste dat mensen het doel dat ze hebben, kunnen halen. We hebben dan ook geen bepaalde doelgroep. Mensen van allerlei verschillende leeftijdscategorieën komen hier om te sporten. Vanaf vier jaar tot hoe oud ze zelf willen zijn.”, vertelt Robert.

“Zolang ik plezier heb in het werk dat ik doe, blijf ik er ook rustig mee doorgaan. Ook deze locatie is prima. Beneden is ook nog een grote ruimte waar we eventueel nog meer mensen kwijt kunnen, mocht het nodig zijn. Voor de komende twee à drie jaar zitten we goed op deze locatie. Tenzij de aanmeldingen een enorme vlucht zouden krijgen, maar helaas kan ik niet in de toekomst kijken. Als ik wil groeien, groei ik liever naar de dag. De trainingen die nu gegeven worden, vinden alleen in de avond plaats. Graag zou ik volgens de Amerikaanse principes gaan werken. Gewoon de school rond 6 uur ’s ochtends opengooien en de hele dag door mensen ontvangen. Je kan dan voor jezelf beginnen met trainen. Als je mazzel hebt loopt er een trainer langs die jou een aantal tips geeft. Vervolgens kan je hier dan weer mee aan de slag. Met nog meer mazzel neemt de trainer je apart voor één op een advies. Maar dat is iets voor in de toekomst.”

“Het leukste aan het zijn van trainer is dat je echt in contact komt met mensen. Het zijn namelijk echt individuen waar je mee omgaat. Iedereen is anders. Of het nou gaat om recreanten of om mensen die wedstrijden moeten doen. Door zo met mensen te trainen, zie je ze groeien. Dit zie je vooral op het gebied van sport, maar vaak ook mentaal. Je bent soms wel een halve psycholoog. Om iemand goed te kunnen trainen, moet je goed door hebben wanneer iemand gefrustreerd is. Je moet doorhebben wat iemand blokkeert om door te kunnen groeien. Ik wil niet zeggen dat ik extreem goed ben hierin, maar ik denk dat ik er wel iets van meepak. Ik denk dat ik wel degelijk in staat ben om mensen mentaal bij te staan.”