GOUDA – Binnen in het dierenopvang centrum blaffen de honden luidkeels. Ze wachten op hun moment om lekker even de pootjes te strekken en om alle grasvelden van de Groene Wal te besnuffelen. Hondenuitlaatster Nadine Droog heeft het er dan ook druk mee. Ze vertelt hoe haar werk als vrijwilliger haar heeft gevormd tot de vrouw die ze vandaag de dag is.

“Zes jaar geleden ben ik in een depressie beland. Daar heb ik therapie voor gehad en na die therapie zeiden ze dat ik mezelf bezig moest blijven houden. Toen dacht ik, nou bewegen is goed als je een depressie hebt, het is goed voor de endorfine en dergelijke en met honden leek me dat veel leuker dan alleen. Dus toen ben ik gaan informeren bij het dierenopvang centrum en ik mocht eigenlijk al snel komen uitlaten.

Ik was in eerst best bang voor honden. Ik was heel onzeker, terughoudend en ik wist de hondentaal nog niet zo goed. Je wordt hier wel een klein beetje ingewerkt maar dan krijg je voornamelijk de basis. Je leert eigenlijk het meeste door veel te blijven vragen. ‘Een hond deed dit, wat betekent dat?’. Je kan dus bij de andere vrijwilligers komen voor feedback en zo rol je der eigenlijk steeds makkelijker in. Mijn liefde voor honden heeft dus echt moeten groeien.

Nu loop ik met de moeilijkste honden rond. Bij ons in het asiel hebben we een kleur systeem. De groene honden zijn het aller makkelijkst, de kleintjes die niets doen. Bij geel worden ze al wat sterker of zijn ze niet helemaal goed met ander honden. Oranje, dan moeten we echt met de honden gaan trainen. Dus antitrek zodat ze naast gaan lopen, basiscommando’s, eigenlijk echt dat soort dingen. En rood zijn de aller moeilijkste honden. Die kunnen vaak niet met andere honden, vallen heel erg uit of zijn juist heel angstig en die probeer je dan te begeleiden. Bij de rode honden is het vooral belangrijk dat je goed zelfverzekerd bent en dat je consequent blijft. Anders nemen ze een loopje met je. Daardoor ben ik ook veel assertiever geworden.

Ik moest echt uit mijn comfortzone stappen. Ik was eerst een muurbloempje en sprak tegen niemand. Nu heb ik hier een groep vrienden opgebouwd waarmee ik ook buiten het asiel goed omga. Ik durf mezelf beter te uiten en loop zelfs met mensen mee die een hond willen adopteren. Dan vertel ik honderduit over de honden, dat is een groot verschil met hoe ik hier binnen kwam. Ik denk daarom ook dat vrijwilligers werk een goede stap in de juiste richting is voor mensen die zich bijvoorbeeld eenzaam voelen, een depressie hebben of lijden aan een burn out. Het werk is erg goed voor je mentale gezondheid. Vooral hier in Gouda hebben we een heel fijn team. We letten er heel erg op dat iedereen goed met elkaar omgaat. Je begrijpt elkaar erg goed en zo word je al snel welkom geheten in de familie van het asiel.

Ik vind afscheid nemen van de honden waarmee ik werk eigenlijk niet zo heel moeilijk. Vooral wanneer ze geplaats worden in een nieuwe familie. Daar werk je echt naar toe dus dat is alleen maar mooi om te zien. Wij zijn ook een no-kill shelter. Dus wij laten dieren bijna nooit inslapen. Tenzij ze natuurlijk erg ziek zijn en niet beter worden. Heel soms gebeurt dit ook wanneer ze hele heftige gedragsproblemen hebben. Dat vind ik wel een stuk moeilijker. Helaas heb ik dat zelf ook mee gemaakt. Eén van de honden waarmee ik werkte had ernstige gedragsproblemen. Het was heel moeilijk om de hond te laten gaan. Ik had een sterke band met hem maar kon hem geen thuis geven. Als ik ooit een eengezinswoning krijg met een grote tuin en de katten zijn er niet meer, dan adopteer ik graag een grote hond zoals een Amerikaanse stafford of een pitbull. Er zijn geen trouwere honden die ik me kan bedenken.”