Stichting Leven in Aandacht heeft sinds 1995 het doel om de boeddhistische leer van de Vietnamese monnik Thich Nhat Hanh te verspreiden in Nederland en Vlaanderen. De stichting geeft ook ondersteuning aan sangha’s (meditatiegroepen) waaronder Sangha Het Groene Hart in Gouda die is opgericht in 2011. Bram Boer, lid van de sangha, vertelt meer over het boeddhisme en wat het inhoudt om lid te zijn van de Goudse sangha.

Bram Boer is al heel lang bezig met boeddhisme. Eind jaren tachtig was hij al vanuit zijn vak therapie bezig met meditatie en begin jaren negentig woonde hij in Amsterdam. Daar kwam hij bij De Vrienden van het Westerse Boeddhisme terecht. “Dat zijn ook boeddhisten, maar met een andere traditie”, licht Bram toe. “Het is een club die bij elkaar komt, lesgeeft in meditatie en hoe je via boeddhisme in het leven staat. Daar ben ik begonnen en zo heb ik verschillende dingen gedaan.”

Via via is Bram terecht gekomen bij Sangha Het Groene Hart. “Een vriendin van mij was al heel lang lid van deze sangha en vertelde erover. Ik was geïnteresseerd en mijn man ook. Op een gegeven moment hebben we ons aangemeld en proefgedraaid. Een maand loop je dan mee om te kijken of je je thuis voelt en wij voelden ons heel erg thuis. Toen zijn we lid geworden.”

“Het mooie van boeddhisme is dat het geen godsdienst is, maar een manier waarop je in het leven staat”,  vertelt Bram. “Er is geen God in het boeddhisme of alle goden zijn goden. Dat is ook prima en maakt ook niet uit. Het gaat over hoe je in het leven kan staan zodat je zo goed mogelijk in je eigen opvatting je leven leeft. Boeddhisme zegt eigenlijk dat er een hele hoop lijden en pijn in de wereld en bij mensen is en kijkt wat je, in eerste instantie voor jezelf, maar ook voor anderen kan doen om die pijn en dat leed te verlichten. Dat is het principe van boeddhisme en dat vind ik het prachtige ervan.”

De sangha’s die vallen onder Leven in Aandacht doen aan het boeddhisme volgens de leer van Thich Nhat Hanh. “In de jaren zestig was er een monnik in Vietnam. In die tijd was daar die grote oorlog van Amerika tegen de communisten, zeg maar. Één monnik, Thich Nhat Hanh, zei toen: ‘Ik ga geen standpunt innemen. Ik ga niet voor de een of tegen de ander zijn.’ Dat is hem niet in dank afgenomen. Hij is verbannen uit Vietnam en is toen naar Amerika gegaan. Die leer van ‘er is geen goed en fout, maar er is altijd een midden’ daar heeft hij een beweging van gemaakt. Zijn grootste leer was: ga met aandacht, geloof met aandacht en doe met aandacht waarvoor je in dit leven bent. In de traditie van Thich Nhat Hanh zijn geen echte regels. Alles mag op je eigen manier en alles kan ook meditatie zijn, zolang je het maar met volle aandacht doet. Thich Nhat Hanh is niet van regels, meer van uitnodigingen. De leer van Thich Nhat Hanh is een grote beweging geworden over heel de wereld. Ook in Nederland en zo is het centrum Leven in Aandacht ontstaan en de sangha’s. Om mensen te verbinden en om bij elkaar te zijn in dezelfde traditie: de traditie van Thich Nhat Hanh.”

In de sangha wordt eigenlijk heel weinig gedaan. Het is letterlijk bedoeld om één avond in de week bij elkaar te komen in stilte en in aandacht. “Zoals Thich Nhat Hanh dat zegt: In liefdevolle aandacht met elkaar zijn, te luisteren en te spreken. Het is eigenlijk een avond om met elkaar te oefenen hoe het is om in alle rust en met heel veel stilte met elkaar te zijn. Niets ingewikkelds, geen toespraken over wat boeddhisme is, maar gewoon bij elkaar zijn en een kopje thee drinken in stilte.” Bij de theeceremonie is sprake van een heel ritueel over hoe je de thee pakt en hoe je het elkaar aanbiedt met buigingen. “Dat is altijd mooi om te zien”, vindt Bram. “Het is vaak ook lachen, want het gaat snel verkeerd. Het is dus ook niet heel stijf. Eigenlijk doen we iets heel gewoons, maar omdat we het met z’n allen doen in stilte met een ritueel, is het iets heel bijzonders waar je de rest van de week nog een beetje met een goed gevoel aan terugdenkt.”

“Als we een avond letterlijk gaan bekijken, komen we om acht uur bij elkaar. De spullen zijn klaargezet: er staat een Boeddha, er brandt een kaarsje en er liggen kussentjes. Iedereen komt binnen in stilte en gaat zitten in stilte. Als het dan acht uur is, doen we een gezamenlijke meditatie. De meditatie wordt door één iemand begeleid die van te voren is gekozen. Diegene heeft het dan bijvoorbeeld over je ademhaling en hoe je zit. Dit duurt ongeveer een half uur. Daarna staan we op, trekken we onze jassen aan en lopen we een kwartier à twintig minuten buiten. Heel langzaam, stap voor stap, bewust van elke stap die je zet. Dit noemen we de loopmeditatie. Dan gaan we weer naar binnen en zitten we nog een minuut of tien in stilte met elkaar. Daarna is er de theeceremonie met een koekje. Na de theeceremonie heeft één iemand een tekst uit een boek van Thich Nhat Hanh gekozen en lezen we die samen, ieder een stukje tot de tekst helemaal voorgelezen is. Daarna is het stil en heb je de kans om iets te zeggen over jezelf, wat je van de tekst vindt, wat je van de meditatie vond, dat je vrouw ziek is, noem maar op. Alles kan je delen. Niemand reageert. Als je klaar bent, buig je en blijft het stil. Soms wil niemand iets zeggen en dan is het heel lang gewoon stil. Daarna sluiten we af, ruimen we op en is het klaar. Dat is eigenlijk wat we precies in de sangha doen.” Naast de maandagavonden is er een, twee of drie keer per jaar een dag waarop er meer gepraat wordt in de groep. Op deze dagen wordt er gepraat over de sangha of wordt er besloten bijvoorbeeld een film te kijken over Thich Nhat Hanh en het daar over te hebben. “Dit gebeurt dus af en toe, maar de kern is die maandagavond in aandacht bij elkaar zijn”, aldus Bram.