De Non-foodbank in Gouda is een plaats waar gezinnen met een laag inkomen, asielzoekers en oud-bewoners van het leger des Heils terecht kunnen voor meubels, keukengerei, kleding en nog meer. Het wordt geleid door 25 vrijwilligers. Janneke en Josef, twee vrijwilligers, vertellen over hun ervaringen hier.

De Non-foodbank is ontstaan vanuit de voedselbank. Er waren twee mensen die vijf jaar geleden aan de bel trokken, omdat het meubel deel in de voedselbank maar groter en groter bleef worden. Zo is de Non-foodbank nu op hun meest recente locatie belandt, in de Baanderij. Doordat het is ontstaan vanuit de voedselbank worden gezinnen via een coördinator ook doorverwezen naar de Non-foodbank als ze meubels en meer nodig hebben. Per week komen er gemiddeld acht tot tien gezinnen langs. Het is de bedoeling dat je voor meubels om de drie maanden langs zou kunnen komen en voor kleding twee keer in het jaar. De meubels krijg je gratis, maar je moet wel twintig euro vervoerskosten betalen.

“Het grootste gedeelte bij ons is meubels. We hebben banken, bedden, eettafels, enzovoort. Wij komen aan de meubels door mensen die ze niet meer willen en aan ons willen geven. Soms krijgen wij ook spullen van winkels, bijvoorbeeld matrassen of verf. Ook hebben wij een fietsenafdeling. Hier hebben wij drie vrijwilligers staan. Een daarvan is een Syriër, die helpt ons ook vaak als tolk. Voor de fietsen moet men wel een paar tientjes betalen, omdat wij er bijvoorbeeld een slot of nieuw zadel op moeten zetten. De fietsen zijn vaak weesfietsen die wij van de gemeente kopen, daarom is er vaak een nieuw slot nodig”, aldus Josef.

“Wij hebben ook een aantal nieuwe waterkokers en stofzuigers. Voor deze moet men ook een beetje betalen. Wij krijgen soms oude waterkokers binnen, maar meestal is er dan wel wat mis mee en kunnen wij het niet gebruiken.”

“Ook hebben wij een kledingafdeling met een soort winkel. Momenteel krijgen wij zoveel kleding binnen dat we het bijna niet kwijt kunnen. We hebben drie dames die de kleding uitzoeken op of het nog bruikbaar en mooi is. Wat we niet meer gebruiken gaat de kledingcontainer in. Ook hebben wij een Syrische kledingmaker die de kleine reparaties doet en zich bezighoudt met de gordijnen.”

De borden en bekers afdeling

“Verder hebben wij twee mannen die de lampen en elektronica uitzoeken op wat nog bruikbaar is. We hebben twee gastvrouwen en een gastheer die de mensen die komen uitzoeken ontvangen en helpen. Ook staan er mensen in het kledingwinkeltje. Ik zelf regel de afspraken en plan wie wanneer mag komen”, aldus Janneke.

“Voor de meubels die wij ontvangen hebben we een beetje dezelfde regels als voor kleding. Het moet er netjes uitzien en geen gekke vlekken hebben. Alles wat ik niet in mijn eigen huis zou willen hebben, geef ik ook niet aan een ander”, aldus Josef.

“Het grootste nadeel aan de ruimte waar wij nu zitten, is dat het niet heel groot is. Wij kunnen niet alle meubels opbouwen, hierdoor willen mensen het minder snel, omdat ze het niet opgebouwd kunnen zien. Het vinden van een grotere locatie is erg lastig. De huur mag niet te hoog zijn en het moet goed bereikbaar zijn”, aldus Janneke.

De Non-foodbank krijg geen subsidie van de gemeente Gouda. “Wij komen aan geld via sponsoren en particulieren. Ook zijn er scholen die soms een collecte houden. Ook De Goudse PKN houden twee keer in het jaar een collecte voor de voedsel- en Non-foodbank.”

“Het gezin wat mij het meest is bijgebleven is een Syrisch gezin. Wij hadden voor hun meubels geregeld en als bedankje kwamen ze langs en gaven ze ons een grote pizza”