GOUDA – Wie denkt dat de stadsdichter ouderwets is, heeft het flink mis. Hanneke Leroux (59) is een moderne dichter die alles op haar telefoon doet. De pen is allang verleden tijd. Sinds maart dit jaar draagt zij de eervolle titel stadsdichter van Gouda. Wat voor haar belangrijk is, is dat het dichtwerk kort is maar tegelijkertijd de boodschap overbrengt. Ook hoopt zij dat de lezer zich herkent in haar gedichten. 

“Mijn maandgedicht van oktober ‘Bevraag mij’ is geschreven ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Waarom gaat het goed in je leven’ van Jaap van den Berg, te zien tot februari in Museum Gouda. Hij interviewde en fotografeerde 140 gewone Gouwenaars op de Markt. De interviews heb ik gelezen en daarover gaat het maandgedicht: vluchtelingen, immigranten, personen in hun laatste levensfase, twee meisjes die zichzelf Duo Penotti noemen, omdat de ene blank is en het andere donker. Ze zijn daar heel trots op. En ook de stiefvader wiens stiefdochter bij hem wil blijven wonen. Deze verhalen raken mij. Ik heb het gedicht op drie manieren geschreven. Een keer alles achter elkaar. Dat vond ik niet mooi. Toen heb ik het in de ‘derde persoon geschreven. Vond ik ook niet mooi. De uiteindelijke versie toch in de eerste persoon. Dat spreekt mij in dit gedicht meer aan.

Ik vind stadsdichter zijn inspirerend. Het voelt voor mij ook wel een beetje als thuiskomen. Ik schrijf elke maand een nieuw gedicht voor de stad. En ook, als er iets bijzonders gebeurt in Gouda. Het is een eervolle baan naast mijn fulltimebaan als verpleegkundig specialist. Het mooie vind ik nu dat ik mijn dichterschap hiermee kan combineren. Bijvoorbeeld het gedicht voor de maand oktober. Ik geef zelf stoppen met roken trainingen dus het kwam mooi samen met de vraag van de GGD Midden-Holland of ik een gedicht ter gelegenheid van Stoptober wilde schrijven. Het is opgepakt door de gemeente Gouda om daar een maandgedicht van te maken. Maar ook landelijk heeft dit gedicht veel publiek bereikt.

Een paar weken gelden heb ik met Het Léman ensemble (een celliste, violiste en pianist) in het Inspiratiehuis Gouda opgetreden. Het ensemble speelde elegieën en daar dichtte ik doorheen. Daarvoor heb ik wel moeten leren om bepaalde noten te horen en dan in te stappen met mijn gedicht. Ik heb o.a. het gedicht “Stadsberichten” voorgedragen. Dit gedicht is in twaalven geknipt zodat het precies in de melodie uit zou komen. We hebben van tevoren flink geoefend: thuis de elegieën met oortjes in beluisteren en dan dichten. En herhalen totdat het echt vlekkeloos klonk. De laatste regels van het gedicht, dat waren ook de laatste noten van de cello.

Ik ben wel perfectionistisch maar veel te nuchter om ergens opgesloten op een zoldertje gedichten te schrijven. Het liefst doe ik dat bij het Museumhavencafé. Voor mij de mooiste plek! Daar is Gouda bij wijze van spreken geboren en ik houd van het water. Daar komt veel van mijn inspiratie vandaan. Daarnaast haal ik ook inspiratie uit de krant. Dan kom ik iets tegen waarvan ik denk: dat is mooi verwoord. Of: daar zou ik over kunnen dichten.

Iedereen kan dichten. Ik heb een missie om samen met andere stadsdichters op basisscholen iets te gaan doen met gedichten. Ik houd zelf van korte introducties, korte verhalen, mijn kunst is eigenlijk om een column te schrijven en om kort te dichten. En dat je dan toch alles gezegd hebt. En in deze tijd denk ik dat wij dat allemaal zouden moeten leren. Want wij gaan allemaal digitaal en hebben heel veel contacten. Maar de contacten zijn kort dus we moeten allemaal in een korte tijd zo goed mogelijk onze boodschap overbrengen. Dat is de kracht van een column en een gedicht. En in een gedicht kun je iets in kwijt van jezelf.

Na maart 2018 ben ik van plan om door te gaan met dichten. Als stadsdichter kun je een bundeltje uitbrengen. Misschien maak ik een website waarop ik mijn gedichten publiceer. Maar tot die tijd wil ik nog dichten over iemand die ‘nog nooit beroemd is geweest’, dus wiens naam nooit op internet heeft gestaan. Die mensen sterven nu uit en dat vind ik wel heel bijzonder. Ik heb nog voldoende inspiratie voor mijn gedichten. Ik wil bijvoorbeeld graag nog over mijn vader dichten, die nu 89 is. Over zijn tijd in Indonesië.”