Rekken vol voorleesboekjes, puzzels, spelletjes, poppen en treintjes. Het lijkt een pakhuis waar Sinterklaas jaloers op zou zijn. Niets is echter minder waar: dit is de Goudse Speelgoedbank. Nog wel, want de Speelgoedbank wordt in haar voortbestaan bedreigd. Een gesprek met vrijwilligsters Ellen van Wijhe en Tjitske Baars.

Het is zaterdagmiddag, even na een uur en er is net een uitgifte geweest. Enthousiast geven vrijwilligsters Ellen en Tjitske een rondleiding door het pand. Overal waar je kijkt ligt speelgoed en alles is gesorteerd op leeftijd. “De Speelgoedbank bestaat hier zeven jaar en we werken met negen vrijwilligsters”, zegt Tjitske. Beide dames zijn al een aantal jaar nauw betrokken bij de instantie. “Ik werd gevraagd door een vriendin die ermee was begonnen. Dus dan ga je het doen en groei je erin”, zegt Ellen. Tjitske was al een beetje betrokken in het voortraject en heeft de Speelgoedbank zien groeien. “In het begin was het allemaal heel minimaal wat hier gebracht werd. En als je het nu ziet, is het echt overdadig.”

Het speelgoed dat hier ligt is bedoeld voor gezinnen uit Gouda en omstreken die binnenkomen via instanties als de Voedselbank. Vier keer per jaar mogen zo’n honderd gezinnen tijdens een uitgifte langskomen om per kind drie speeltjes, een boekje en een puzzel uit te zoeken en met verjaardagen mogen ze iets extra’s uitkiezen. “Soms vinden ouders het erg moeilijk om in te schatten wat nou precies voor welke leeftijd is, dus daarom is het fijner als de kinderen er zelf bij zijn”, aldus Tjitske.

Naast de uitgiften zijn er ook innamedagen waarbij mensen tweedehands speelgoed kunnen komen brengen. “We kunnen het dan of gelijk verwerken, dat ligt eraan met hoeveel we zijn, of we slaan het even op en doen het op een later moment. Daarnaast zijn we op zulke dagen aan het rommelen, herschikken, tellen en schoonmaken”, zegt Ellen. De drukte tijdens innamedagen is erg wisselend. Soms zijn er dagen dat er helemaal niemand komt en soms zijn er dagen dat er zes à zeven vuilniszakken vol speelgoed worden gebracht. Tjitske vult aan: “De meeste mensen komen na de zomervakantie, want dan hebben de ouders opgeruimd. Of ze komen na Koningsdag, want dan hebben ze vaak nog speelgoed dat ze niet op de markt hebben kunnen verkopen.”

De Speelgoedbank draait geheel op deze particuliere donaties. Er is geen gemeentelijke subsidie. Waarom weten de dames niet. “Gouda heeft een armoedebeleid waarin staat dat het kind centraal staat, maar vervolgens zegt de wethouder dat de gemeente niks voor ons kan doen terwijl wij wel een gat opvullen”, zegt Ellen vol verbazing. De gemeente heeft een pasjessysteem waarbij kinderen uit arme gezinnen gratis of met veel korting kunnen sporten. Maar sport en spel zijn volgens Ellen twee verschillende dingen. En bij de Speelgoedbank gaat het vooral om een leeftijd waarbij kinderen nog niet echt sporten.

Het gebrek aan subsidie is echter niet het grootste probleem. De Speelgoedbank moet naar verwachting over een half jaar het pand uit en er is nog geen alternatieve locatie. De gemeente wil alle panden in de straat afbreken ten behoeve van de wijkontwikkeling in Gouda Oost. Er loopt inmiddels al maanden een onteigeningsprocedure. Als die voltooid is en de gemeente alle panden bezit, moet de Speelgoedbank in drie maanden vertrekken, zo staat in het huurcontract. “Dus als ze dat zeggen op 1 januari, hebben we maar twee of drie maanden om iets te bedenken. En daarom zijn we er nu al mee bezig. We hebben een oproep op de radio gedaan bij RTV Gouwestad, we hebben een stuk in het AD gehad, we hebben het op de website en op Facebook gezet en we roepen het natuurlijk binnen onze eigen familie- en vriendenkring”, zegt Ellen.

Tjitske vult aan dat ze ook al langs zijn geweest bij Woonpartners, waar ze op dit moment van huren. Dit echter zonder resultaat. “Zij zeggen dat ze voor ons geen pand beschikbaar hebben met zo’n lage huur.” Daarbij helpt het ook niet dat er veel ruimte nodig is voor al het speelgoed en dat ze er maar twee keer per maand zijn. Ook de gemeente heeft geen ruimte beschikbaar. “Ik begrijp dat ze geen locatie uit hun mouw kunnen schudden, maar ik vind dat ze wel wat meer mee kunnen denken. We hebben ons nu nog een beetje rustig gehouden, maar als het echt nijpend gaat worden, dan moeten we harder gaan roepen”, verzucht Ellen waarna ze op luchtige toon zegt: “We kunnen altijd nog dreigen om het speelgoed bij het Huis van de Stad naar binnen te gooien.”

Op de vraag waarom het zo belangrijk is dat de Speelgoedbank er is, antwoord Ellen stellig: “En dat hij er blijft natuurlijk! Er zijn nog steeds gezinnen aan de ondergrens en die kinderen hebben er niet voor gekozen om in zo’n gezin geboren te worden. Maar zij hebben net zoals alle andere kinderen recht op speelgoed, want spelen is leren.”